Reijnhart Volièrebouw - Vogelkwekerij



Cyanocorax Yncas

Nederlands

Identificatie;
Een onmiskenbare kleine gaai van vochtig bos, voornamelijk groen of groen boven en geel onderaan, maar altijd met gele buitenste staartveren en zwart gezicht en keel.
Beschrijving;
lengte 25- 27 cm. . Vrij lang en smal. Vleugels relatief kort en rond. Veren van voorhoofd staan stijf rechtop, variërend naar ras. het plukje vormt een prominente bossige top op de kroon. Kroon en nek geelachtig wit, onderste nek gedeelte blauwachtig. zijkanten van het hoofd, oorkleppen keel zwart.
Kleine vlekken boven en onder het oog en malar streepblauw.
rest van ondergedeelte geel. Bovendeel en vleugels groen.
Onder vleugel geelachtig.
Staart iets donkerder groen, buitenste staartveren geel. In verenkleed zijn de kroon en de nek bijna wit, de onderzijde vervaagt tot crèmegeel en de bovendelen en de staart hebben een duidelijk blauwachtige tint. Snavel zwart. Benen roodachtig bruin.

Stem;
Zeer gevarieerd. Over het algemeen rustig tijdens het eten, maar op andere momenten luidruchtig. Repertoire omvat verschillende mopperende, kwebbelende, klikkerende, ratelende, zoemende, piepende en raspende tonen, waarvan de definitie gecompliceerd is door veel vocale mimiek. Typische oproepen zijn een doordringende 'cleeop' met dubbele of hoge tonen, een nasale treble 'nyaa-nyaa-nyaa' en een metalen klik.

Distributie;
Wijd verspreid door Midden-Amerika en Noord-Zuid-Amerika


Englisch

Identification;
An unmistakable small jay of humid forest,primarily green or green above and yellow below, but always with yellow outer tail feathers and black face and throat.
Description;
length 25- 27 cm. Bill small.Tail relatively long and narrow, graduated at tip. Wings relatively short and bluntly rounded. Feathers of forehead tufted and stiffly erect, varying according to race. nominate race; nasal tuft forms prominent bushy crest on fore crown. Crown and nape yellowish-white, lower nape washed bluish. Loral region, sides of head, ear-coverts and throat black.
Small spots above and belowe eye and malar stripe blue.
remainder of underparts yellow. Upperparts and wings green.
Under wing yellowish.
Tail slightly darker green, outermost tail feathers yellow. In worn plumage crown and nape almost white,underparts fade to creamy-yellow and upper parts and tail have a distinctly bluish tone. Bill black. Legs reddish-brown. Irides variable,brown

Voice;
Very varied. Generally quiet whilst feeding but noisy at other times. Repertoire includes various mewing, chattering, clicking,rattling, buzzing, squeaking and rasping notes, the definition of which is complicated by much vocal mimicry. Typical calls include a double or treble incisive 'cleeop' , a nasal treble 'nyaa-nyaa-nyaa' and a metallic clicking.

Distribution;
Widespread through Central America and Northern South America